Naar de inhoud springen

PRISMA #42

Deze Prisma verscheen als ‘Prisma #31’ in Filmmagie #703, maart 2020

Vrouwen en mannen, soms alleen, soms in groep en uniform, gelijkmatig schuifelend en opeengepakt. De kransen, aangedragen in overtreffend vertoon. Kinderen gedwee, geen benul van de complexiteit. Het is bar koud.

Soms zie je een cameraman in het beeld van een ander. Tientallen filmers; de tijd delen ze, het evenement ook, de plaats niet. Het nooit-gedeeld perspectief.

Eindeloze rijen mensen buiten op straat. Wie niet weet wat er toen gebeurde, let er niet op: de eigen logica en dynamiek van de massa. De vertrappelingen, de platgedrukte mensen tegen muren. Ook nu: dood, alsof het niets is.

Meer structuur verderop in de traphal. Een massa met gedeelde ontroering. Aanvankelijk zie je hem niet, de leider, tussen de bloemen en kransen.

Josif Vissarionovitsj Stalin in zijn doodskist. Klein. Grijs. Het beeld geeft nooit alles ineens prijs. De repetitieve, verheerlijkende woorden, de tranen, het staatsportret als metronoom. Als kijker zoek je dissidente signalen, ensceneringen van verdriet.

We zijn getuige van een breekpunt, van het ontstaan van het “na”. Het nu hapert, twijfelt; de passanten langs de kist beleven deze kentering. Niets is nog hetzelfde. Na het lange aanschuiven, het moment bij de kist waar de sterfelijkheid van de god bevestigd wordt. Daarna, een onzeker vervolg. “Onuitputtelijk stroomt de levende rivier van de liefde van ’t volk en de rouw van ’t volk”, wordt gezegd. De continuïteit wordt geïnsinueerd, daarna ook door de partijleiders. Vooralsnog geen breuk met het verleden.

Net voor de lichten in de zaal aangaan, breidt Sergei Loznitsa nog een coda aan zijn State Funeral (2019), een afsluitende pancarte waarmee hij kadert, herkadreert. Over de miljoenen doden, de terreur. De verbanning van het lijk en van de filmbeelden naar het archief. De juxtapositie is problematisch maar noodzakelijk, al weigert de film daarmee te zijn wat het werkelijk is.

“Er is geen enkele andere moordenaar in de wereldgeschiedenis voor wie zovelen oprecht getreurd hebben.”1 In het gelaat van de rouwende passant tekent zich de deconstructie van een constructie af.

  • 1.Joseph Brodsky: “I suspect that there isn’t another murderer in world history whose death was mourned by so many so sincerely.”
<span>%d</span> bloggers liken dit: